Liever bellen?
0548-362948
Of stuur een
WA-bericht
Een hondenomheining voorkomt niet alles, maar wel het grootste deel van de momenten waarop het misgaat. In de praktijk breekt een hond bijna nooit uit midden in het hekwerk. Het gebeurt juist op vaste plekken: bij de poort, aan de onderkant of op plekken waar een hond steeds opnieuw geprikkeld wordt. Daarom werkt het het best om je daarop te richten.
De poort is vaak de zwakste schakel, niet omdat hij slecht is, maar omdat hij gebruikt wordt. Even snel iets aanpakken, bezoek dat binnenkomt, met de kruiwagen naar buiten. Dat zijn precies de momenten waarop een hond zijn kans ziet.
Wat helpt:

Veel honden gaan niet over een hondenomheining heen, maar eronderdoor. Zeker bij zandgrond, randen met beplanting of ongelijk terrein ontstaan snel kleine kieren. En een hond hoeft maar één zwak punt te vinden.
Wat helpt:
Een hondenomheining in de tuin is geen los object, het is onderdeel van je terrein. Daarom kijken we altijd naar de omgeving. Op een strak gazon is plaatsing meestal rechttoe rechtaan. Op een erf met hoogteverschillen, greppels, slootranden of een oprit ontstaan sneller kieren en zwakke punten. Ook windbelasting en lange rechte stukken maken uit, omdat een omheining dan meer te verduren krijgt.
Honden die langs de rand rennen reageren vaak op prikkels buiten het terrein, zoals katten, wild, verkeer of buren. Hoe vaker dat gebeurt, hoe groter de kans dat ze de grens gaan testen.
Wat helpt:
Wil je zeker weten welke hondenomheining het best past bij jouw terrein en jouw hond? Neem dan contact met ons op!