Wilde zwijnen gaan tijdens hun zoektocht naar voedsel flink te werk. Met hun neus wroeten ze de bodem om, waardoor grote stukken grond kunnen worden omgewoeld. Om bepaalde delen van het natuurgebied hiertegen te beschermen, plaatsten we een nieuw zwartwildraster.
Hiervoor gebruikten we 120/10/15-gaas, gemonteerd op kastanjehouten palen van 180 cm lang en 10 tot 12 cm dik. Het gaas is 20 cm ingegraven en komt daarmee 100 cm boven het maaiveld uit. Op maaiveldniveau is daarnaast een puntdraad aangebracht die als wroetdraad dient. Zo wordt voorkomen dat wilde zwijnen zich onder het raster door proberen te werken.